NL FR EN

Programmawet van 29 maart 2012 breidt hoofdelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de fiscale schulden, sociale bijdragen en loonschulden uit

Tussen elke opdrachtgever, andere dan een natuurlijke persoon die uitsluitend voor privédoeleinden werken laat uitvoeren, en een aannemer bestaat er een hoofdelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de fiscale schulden die de aannemer op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst heeft.

Aan deze hoofdelijke aansprakelijkheid kan men ontkomen door als opdrachtgever bij het sluiten van de overeenkomst na te gaan of de aannemer op dat ogenblik fiscale schulden heeft en vervolgens bij elke betaling aan de aannemer 15% van het factuurbedrag (excl. BTW) in te houden en door te storten aan de fiscus.

Indien de opdrachtgever aan deze verplichting tot inhouding en doorstorting tekort komt, kan hij hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor de fiscale schulden van die aannemer tot 35% van de totale prijs van de werken (excl. BTW).

Een gelijkaardige hoofdelijke aansprakelijkheid bestaat er in de verhouding tussen hoofdaannemers en onderaannemers.

Sedert de invoering van de Programmawet van 29 maart 2012 is deze aansprakelijkheid gewijzigd naar een getrapte aansprakelijkheid.

Een dergelijk aansprakelijkheidsmechanisme houdt in dat in de bestaande keten van bouwheer, aannemer en onderaannemer diegenen die zich ‘boven' een in gebreke blijvende (onder)aannemer bevinden, hoofdelijk verplicht kunnen worden om de fiscale schulden te betalen van deze (onder)aannemer die via de hoofdelijke aansprakelijkheid niet of slechts gedeeltelijk werden betaald.

Hierbij wordt echter wel de chronologie gerespecteerd. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt in de eerste plaats toegepast in hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer en vervolgens op alle overige in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers. Er wordt aldus telkens een trapje hoger op de ladder geklommen, wanneer de gevorderde sommen niet vereffend worden binnen de 30 dagen na de betekening van een dwangbevel.

In het geval van een fiscale schuld bij een onderaannemer richt de fiscus zich aldus eerst naar de aannemer en vervolgens naar de opdrachtgever.

Met betrekking tot RSZ-bijdragen rust er op de opdrachtgever eveneens een inhoudings- en doorstortingsverplichting. Zo moet de opdrachtgever, in het geval dat de aannemer RSZ schulden heeft, en zelfs wanneer deze ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst, bij betaling 35% van het verschuldigde bedrag (excl. BTW) inhouden en doorstorten aan de fiscus.

Ook met betrekking tot dit type schuld werd in de Programmawet van 29 maart 2012 een gelijkaardige uitbreiding, te weten een getrapte aansprakelijkheid, opgenomen.

Aldus geldt ook voor de sociale schulden dat, wanneer een onderneming tekort komt aan haar verplichtingen inzake hoofdelijke aansprakelijkheid, de aannemer en iedere tussenkomende onderaannemer die zich boven de nalatige onderneming bevinden hoofdelijk aansprakelijk worden voor de desbetreffende schuld.

Eveneens geldt hierbij het principe dat de chronologische volgorde gerespecteerd wordt en dat men telkens verder opklimt in de keten.

Natuurlijke personen die de werken door een aannemer laten uitvoeren voor privé-doeleinden worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze regeling.

Door het invoeren van een getrapte aansprakelijkheid is het niet langer mogelijk om fiscale schulden en sociale bijdragen te ontlopen via het opzetten van bepaalde constructies waarbij men ‘lege ondernemingen' creëert.

De regeling van de getrapte aansprakelijkheid is in werking getreden op 16 april 2012.

Volledigheidshalve dient te worden gemeld dat ook voor loonschulden in bepaalde risicosectoren een zelfde systeem van aansprakelijkheid wordt ingevoerd.

Dit zou betekenen dat men als opdrachtgever, met uitzondering van natuurlijke personen die beroep doen op aannemers voor privé-doeleinden, dan wel als aannemer of als onderaannemer hoofdelijk aansprakelijk kan worden gehouden wanneer een (onder) aannemer laattijdig het loon van zijn werknemers betaalt en er daarbij sprake is van zwaarwichtige tekortkomingen in de loonbetaling.

Het toepassingsgebied van deze verantwoordelijkheid werd nog niet gespecificeerd, maar mogelijks betreft het dezelfde sectoren als bij fiscale en sociale schulden.

Aan deze aansprakelijkheid, dewelke maximaal één jaar bedraagt en geen betrekking heeft op het volledige loon, kan ontkomen worden door welbepaalde clausules in uw (onder)aannemingsovereenkomst op te nemen.

Het herbekijken van uw contracten kan hierbij nuttig zijn.