NL FR EN

Grondwettelijk Hof : Ongrondwettigheid van het onderscheid tussen arbeiders en bedienden op het vlak van opzeggingstermijn en de carenzdag

Op 7 juli 2011 heeft het Grondwettelijk Hof het onderscheid tussen arbeiders en bedienden ongrondwettig verklaard op 2 vlakken:

-      de opzeggingstermijnen

-   de carenzdag, d.i. dus de niet-vergoede eerste dag van een minstens 14 dagen durende arbeidsongeschiktheid van een arbeider.

De ongrondwettig bevonden wetsbepalingen worden gehandhaafd tot de wetgever ze door andere niet-discriminerende bepalingen vervangt en uiterlijk tot 8 juli 2013.

Reeds in een arrest d.d. 8 juli 1993 oordeelde het Grondwettelijk Hof, alsdan nog Arbitragehof geheten, dat dit onderscheid op het ogenblik van invoering weliswaar verantwoord was gelet op de zeer verschillende sociale en economische situatie van arbeiders en bedienden en gelet op het onderscheid tussen manuele en intellectuele prestaties.

Het Arbitragehof oordeelde  dat het onderscheid tussen de twee categorieën van werknemers ook aangewend wordt voor andere verschillen in behandeling, met name voor de bezoldigingswijze, de proefperiode, het gewaarborgd inkomen, de gedeeltelijke werkloosheid en de jaarlijkse vakantie, dewelke nu eens gunstig zijn voor de arbeiders, dan weer voor de bedienden.

Het Arbitragehof achtte het dan ook niet coherent dit onderscheid enkel te beschouwen ten aanzien van de duur van de opzeggingstermijnen en het te veroordelen zonder rekening te houden met de gevolgen die het heeft in andere aangelegenheden van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid, die op hetzelfde onderscheid berusten.

Het Arbitragehof oordeelde derhalve de voorkeur te geven aan een geleidelijke harmonisering van beide statuten, boven een plotselinge afschaffing van het onderscheid tussen die beroepscategorieën, inzonderheid in een aangelegenheid waar de normen kunnen evolueren ten gevolge van collectieve onderhandelingen.

Diverse sectorale koninklijke besluiten hebben ondertussen de opzeggingstermijnen voor arbeiders in bepaalde sectoren opgetrokken.

Tevens is er de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) nummer 75 die op interprofessioneel vlak voor alle arbeiders van de particuliere sector eveneens de opzeggingstermijnen heeft opgetrokken vanaf 1 januari 2000.

Tenslotte heeft de wet van 12 april 2011, na het mislukken van het interprofessioneel akkoord, de opzeggingstermijnen van arbeiders opgetrokken en deze van bedienden geleidelijk gematigd met ingang van 1 januari 2012, hetgeen echter niet geldt voor werknemers die vóór 1 januari 2012 in dienst zijn getreden.

Het Grondwettelijk Hof stelt echter nu in haar arrest d.d. 7 juli 2011 dat de wetgever de gelijkheid tussen arbeiders en bedienden tracht te herstellen, wanneer dit verreikende en ernstige gevolgen heeft, dit geleidelijk op doordachte wijze en in opeenvolgende stadia mag doen, hetgeen echter niet betekent dat de tijd waarin dit dient te gebeuren onbegrensd zou zijn.

Het Grondwettelijk Hof stelt aldus dat er wel degelijk sprake is van een ongrondwettige ongelijkheid tussen het statuut van arbeiders en bedienden op het vlak van de opzeggingstermijnen en op het vlak van de carenzdag.

Het Grondwettelijk Hof legt de wetgever dan ook op de huidige ongrondwettige regelgeving te wijzigen doch stelt dat in afwachting hiervan de huidige regelgeving gehandhaafd kan blijven uiterlijk tot 8 juli 2013.

Teneinde te vermijden dat het Grondwettelijk Hof in afwachting van deze nieuwe toekomstige wetgeving aan elke persoon die zich op deze ongrondwettigheid zou beroepen het ongrondwettig karakter van de huidige regelgeving zou dienen te bevestigen, heeft het Grondwettelijk Hof met het oog op rechtszekerheid van de burgers, geoordeeld dat bij wijze van uitzondering de huidige ongrondwettig bevonden regelgeving dient gehandhaafd te blijven gedurende een redelijke termijn die zij bepaalt op 2 jaar.

Indien u een arbeider dan wel bediende wenst te ontslaan met toekenning van een opzeggingstermijn dan wel opzeggingsvergoeding, dient u de actuele wetgeving toe te passen die in de nabije toekomst zal wijzigen.  

Wij zijn dan ook in afwachting van deze nieuwe wetgeving waarin de ongelijkheid tussen arbeiders en bedienden zal worden weggewerkt en houden u hiervan graag verder op de hoogte via deze blog.

De cel sociaal recht van ons kantoor, in het bijzonder Mr. Annick Fret en Mr. Mattias Walraet, staat u graag bij in de analyse, advisering en procedures inzake ontslag.


Annick FRET