Home  /  Blog  /  Bestuurdersaansprakelijkheid en RSZ-schulden

Bestuurdersaansprakelijkheid en RSZ-schulden

Artikel XX.226 WER (oud artikel 530, ยง2, eerste lid W.Venn.) voorziet dat bestuurders, gewezen bestuurders en feitelijke bestuurders door de RSZ en de curator persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlinteresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter uitvoeringsbesluit RSZ-wet, indien zij in de loop van de periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken waren bij minstens twee faillissementen of vereffeningen van ondernemingen waarbij schulden ten aanzien van de RSZ onbetaald zijn gebleven.

Lange tijd werd voorgehouden dat in geval bestuurders in de vijf voorafgaande jaren reeds twee maal betrokken waren bij een faillissement met RSZ-schulden, zij automatisch aansprakelijk zouden zijn voor alle RSZ-schulden in geval van een derde faillissement.

Op 1 februari 2019 heeft het Hof van Cassatie een arrest geveld waarbij zij een definitief einde maakt aan deze foutieve interpretatie van artikel XX.226 WER. In haar arrest neemt het Hof van Cassatie duidelijk standpunt in door te bevestigen dat in toepassing van artikel XX.226 WER een bestuurder enkel aansprakelijk gesteld kan worden voor de RSZ-schulden van de laatst failliet verklaarde vennootschap en niet voor de schulden van de eerder failliet verklaarde vennootschappen.

Voor meer informatie, contacteer Mtr. Federico Wuyts.