Home  /  Knowledge sharing  /  Blog  /  De Omgevingsvergunning: What do we need to know/do?

 

De Omgevingsvergunning: What do we need to know/do?

Naar aanleiding van de verschillende berichten in de media hebben zowel particulieren als vastgoed- of bouwprofessionelen inmiddels kennisgenomen van invoering (resp. uitstel tot januari 2018) van de omgevingsvergunning.

Het Omgevingsvergunningsdecreet beoogt een efficiënte, doelgerichte en geïntegreerde vergunningverlening die bijdraagt tot de doelstellingen vermeld in artikel 1.1.4. VCRO en artikel 5.1.3 DABM. Dit impliceert dat de twee sporen van de stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning worden verlaten van zodra een project zowel stedenbouwkundige handelingen als de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten omvat. Hierbij komt het aan de vergunningverlenende overheid toe om de aanvraag aan een globale beoordeling te onderwerpen op ruimtelijk, stedenbouwkundig én milieuvlak.

Het Omgevingsvergunningsdecreet – dat zich hoofdzakelijk typeert als een "proceduredecreet” – wijzigt m.a.w. de regelgeving m.b.t. de milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning fundamenteel, waarbij er eveneens een verschuiving wordt doorgevoerd tussen bestuursniveaus. (In deze zin kan verwezen worden naar het feit dat sommige aanvragen niet meer worden ingediend bij de gemeente, maar bij de Deputatie van de Provincie of het Vlaamse Gewest. Verder kan als voorbeeld worden aangehaald dat er een deklassering van klasse 1 naar klasse 2, waardoor milieuvergunningsaanvragen meer en meer op gemeentelijk niveau zullen plaatsvinden.)

Welke krachtlijnen worden er gehanteerd en wat verandert er concreet?

  • Integratie van de stedenbouwkundige en de milieuvergunning (lees: één aanvraag wanneer de aanvraag zowel milieu- als stedenbouwkundige handelingen bevat)
  • Het Milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985 wordt volledig opgeheven, tezamen met VLAREM I. (cf. de niet-procedurele bepalingen verhuizen naar het DABM, VLAREM II en III blijven van kracht)
  • Er komt een beslissing van één enkele bevoegde overheid (d.i. het College van Burgemeester & Schepenen van de gemeente, de Deputatie van de Provincie of het Vlaamse Gewest). De bevoegdheidsverdeling wordt hierbij bepaald op basis van gesloten lijsten en de indelingslijst (cf. projecten van eerste, tweede of derde klasse.).
  • De Provinciale resp. Vlaamse projecten worden vastgelegd in limitatieve lijsten, die terug te vinden zijn in twee bijlagen bij het uitvoeringsbesluit van 13 februari 2015.
  • De vergunning is in beginsel van "onbepaalde duur”, doch er worden uitzonderingen of afwijkingen op dit principe voorzien:
    • Vergunning van bepaalde duur kan nog steeds afgeleverd worden (cf. op verzoek van de aanvrager, omgevingsvergunning op proef, herlocalisatie, activiteiten die per definitie tijdelijk van aard zijn, etc.)
    • Er kunnen ‘flankerende maatregelen’ getroffen worden voor permanente vergunningen: bijstellingen, algemene of gerichte evaluaties, etc. (Het initiatief ligt hier hoofdzakelijk bij derden, de overheid of adviesinstanties, en dus niet bij de aanvrager as such.)
    • Verlenging van de vervaltermijn van de omgevingsvergunning zou strikt genomen ook tot de mogelijkheden behoren in geval van ‘overmacht’.
  • Het aantal procedures worden beperkt: één traject voor de omgevingsvergunning (cf. verkort of algemeen)
  • Er gelden gesanctioneerde beslissingstermijnen voor de overheid (cf. bij gebreke aan een tijdige beslissing van de overheid leidt dit tot een overheidsaansprakelijkheid en de mogelijkheid tot de betaling van een (decretaal vastgelegde) boete aan de aanvrager)
  • De vergunningverlening kan gebeuren op basis van een dialoog of overleg: invoering van projectvergaderingen
  • Er wordt gestreefd naar een geïntegreerde besluitvorming, waarbij in (verlengbare) beslissingstermijnen worden voorzien.
  • Invoering van Omgevingsvergunningscommissies, bestaande uit een voorzitter, secretaris en deskundigen, die in welbepaalde gevallen (complexe/omvangrijke projecten) advies verlenen
  • De administratieve lus zou soelaas moeten bieden om (zuivere) procedurefouten te herstellen of te verhelpen. (Zou in principe eveneens kunnen worden aangewend om de aanvrager te laten inspelen op de bezwaren uit het openbaar onderzoek, etc.)
  • Handhaving van milieu en ruimtelijke ordening wordt niet geïntegreerd, maar zal worden aangestuurd door verschillende regelgevingen: enerzijds het DABM (‘Milieuhandhaving’) en anderzijds de VCRO (nieuw titel VI ‘Handhavingsmaatregelen’)
  • In het luik ‘Handhaving van de Omgevingsvergunning’ worden eveneens wijzingen doorgevoerd op het vlak van het stakingsbevel, dwangsombevoegdheid en (de mogelijkheid tot het opleggen van) administratieve geldboete(s)
  • (!) Er wordt een beperking ingevoerd van de toegang tot het administratief beroep tegen vergunningsbeslissingen tot personen die tijdens het openbaar onderzoek bezwaar hebben ingediend. (cf. Geen bezwaar = Geen (ontvankelijk) administratief beroep)
  • Verder worden tal van ‘praktische’ wijzigingen doorgevoerd, zoals o.m.: de (verplichte) digitale indiening van aanvragen, opleiding van personeel, etc.)

Wat zijn de gevolgen van het uitstel van de inwerkingtreding?

Op 24 mei 2017 heeft de Vlaamse Regering een voorstel goedgekeurd dat de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning uitstelt tot 1 januari 2018.

De beweegredenen van het betreffende uitstel zijn hoofdzakelijk gelegen in de aanhoudende problemen met de aansluiting van het software op het Vlaamse Omgevingsloket. De software, die meer dan alleen met ‘kinderziektes’ behept was, leidde tot grote frustraties bij verschillende bouwprotagonisten, die: de aanvraag niet of niet correct konden uploaden, geen toegang verkregen tot het platform, etc.

Het uitstel heeft echter enkel betrekking op vergunningsaanvragen op lokaal niveau en geldt enkel voor die steden of gemeenten, die nog niet waren ingestapt in de omgevingsvergunning.

Dit impliceert concreet dat:

  • op Provinciaal en Vlaams niveau het uitstel niet geldt, zodat voor de omgevingsvergunning voor deze projecten weldegelijk op 23 februari 2017 in werking is getreden.
  • voor de volgende steden of gemeente de omgevingsvergunning in werking is getreden: Dilsen-Stokkem, Herstappe, Langemark-Poelkappelle, Staden (cf. allen vanaf 23 februari 2017), Beersel (cf. vanaf 18 april 2017)en Diest (cf. vanaf 2 mei 2017)

Op lokaal niveau blijft het onderscheid tussen milieu- en stedenbouwkundige vergunning bestaan voor alle andere gemeenten of steden.

Wat de ruimtelijke ordening betreft, blijven de gekende bepalingen van de VCRO van kracht. Ondanks het betreffende uitstel en het Milieuvergunningsdecreet dat van kracht blijft, zal er op milieuvlak wel reeds een aantal nieuwigheden in werking treden, m.n.:

  • Milieuvergunningen worden in beginsel voor onbepaalde duur toegekend, behoudens de uitzonderingen in het raam van vergunningen van bepaalde duur. (zie supra.)
  • Voor milieuvergunningsaanvragen worden de nieuwe indelingslijsten gehanteerd.

Tips & Tricks?

Dien tijdig een stedenbouwkundig gemotiveerd en juridisch onderbouwd bezwaarschrift in om een ontvankelijk administratief beroep in te kunnen stellen. (Geen bezwaar = Geen beroep!) Laat u ter zake dan ook technisch en juridisch bijstaan.

Dien van zodra een exploitatie en de uitvoering van vergunningsplichtige werkzaamheden onlosmakelijk verbonden zijn, een gecombineerde aanvraag in zodat de aanvraag niet als ‘onontvankelijk’ wordt weerhouden of afgewezen.

Stel een realistische projectstudie op – met eventuele alternatieve uitvoeringswijzen/concepten – zodat een eventuele projectvergadering op een nuttige wijze kan plaatsvinden en een procedurele afstemming – al dan niet na advies of bijsturingen – mogelijk is. Vraag eveneens een afschrift van het verslag van de projectvergadering.

Raadpleeg als bouwprofessional of bouwleek alvorens u een aanvraag indient, reeds een advocaat zodat de eventuele standpunten op hun merites kunnen worden beoordeeld, slaagkansen kunnen worden ingeschat en voorbesprekingen zowel juridisch als technisch kunnen worden voorbereid.

Meer weten? Contacteer onze senior specialist inzake omgevingsrecht: y.grauwels@legaloffice.be.