Het openen van een blikje merkenrechtelijk beschermd?

Home  /  Knowledge sharing  /  Blog  /  Het openen van een blikje merkenrechtelijk beschermd?

Het openen van een blikje merkenrechtelijk beschermd?

Hoewel reeds sinds 1 oktober 2017 een grafische afbeelding niet langer verplicht is en voor het aanvragen van een geluidsmerk louter een geluidsbestand kan worden gebruikt dat het geluid weergeeft, kreeg het Gerecht recent pas voor de eerste keer de mogelijkheid zich uit te spreken over de effectieve inschrijving van dergelijk in audioformaat gedeponeerd klankmerk. 

In een arrest van 7 juli 2021 (Zaak T 668/19) verwerpt het Gerecht het beroep van Ardagh Metal Beverage Holdings GmbH & Co. KG tegen de afwijzing door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie van haar inschrijvingsaanvraag van een klankteken in de vorm van een audiobestand. Het audiobestand doet denken aan het geluid dat ontstaat bij het openen van een drankblikje, gevolgd door een stilte van ongeveer één seconde en gebruis van ongeveer negen seconden. De inschrijving werd aangevraagd voor verschillende dranken en voor metalen containers voor opslag en transport. 

Indien dit klankteken merkenrechtelijk zou worden beschermd, zouden producenten van koolzuurhoudende dranken in blikjes aldus alternatieven moeten ontwikkelen om geen inbreuk te maken op de intellectuele eigendomsrechten van Ardagh Metal Beverage Holdings GmbH & Co. KG.

In haar arrest verduidelijkt het Gerecht de criteria om het onderscheidend vermogen van klankmerken te beoordelen en gaat het nader in op de algemene perceptie van deze merken door de consument. 

Ten eerste herinnert het Gerecht dat de criteria ter beoordeling van het onderscheidend vermogen dezelfde zijn voor alle categorieën van merken. De criteria ter beoordeling van het onderscheidend vermogen van klankmerken verschillen dus niet van die welke voor andere categorieën merken gelden. 

Ten tweede beoordeelt het Gerecht de perceptie van de consument. De consument moet het klankteken opvatten als een merk en niet als een element van functionele aard. Immers, zo bepaalt het Gerecht, indien er sprake is van een louter technisch en functioneel element, dan zal het onderscheidend vermogen ontbreken omdat het niet opgevat wordt als een aanduiding van de commerciële herkomst van de betrokken waren. Louter het horen van het geluid zou de consument er aldus moeten toe brengen de waren aan een bepaalde onderneming te koppelen (zonder toevoeging van andere beeld- of woordelementen), zo niet is er een gebrek aan onderscheidend vermogen

Het Gerecht oordeelde dat de combinatie van het openklikken van het blikje en het bruisende geluid van de bubbels het relevante publiek niet in staat stelt om deze waren te identificeren als afkomstig van een bepaalde onderneming en het betrokken klankmerk dus onderscheidend vermogen mist. 

Producenten van koolzuurhoudende dranken in blikjes kunnen dus weer op beide oren slapen. 

Het klankteken moet dus op zichzelf – zonder toevoeging van andere beeld- of woordelementen – over onderscheidend vermogen beschikken teneinde als merk te kunnen worden ingeschreven. 

Wenst u meer informatie of heeft u vragen over intellectuele eigendomsrechten? Contacteer Kristiaan Caluwaerts en Thaïs Habotte.