Uitkeringen in de BV: oppassen geblazen

Home  /  Knowledge sharing  /  Blog  /  Uitkeringen in de BV: oppassen geblazen

Uitkeringen in de BV: oppassen geblazen

De wet van 23 maart 2019 voerde het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) in waarmee de wetgever het vennootschapsrecht beoogde te vereenvoudigen en te flexibiliseren.

Het WVV is onmiddellijk van toepassing op “nieuwe” vennootschappen, zijnde de vennootschappen die na 1 mei 2019 werden opgericht. Deze dienen zich reeds bij hun oprichting te conformeren aan de bepalingen van het WVV. Op de vóór die datum opgerichte vennootschappen zijn de dwingende bepalingen van het WVV van toepassing sinds 1 januari 2020. De bedoeling is dat alle vennootschappen hun statuten aan de nieuwe wetgeving aangepast dienen te hebben uiterlijk 1 januari 2024, bij gebreke waarvan dit van rechtswege zal plaatsvinden.

Eén van de nieuwe dwingende bepalingen van het WVV is de regeling omtrent de winstuitkering die een gevolg is van het wegvallen van het kapitaalvereiste in de BV. Het wegvallen van het kapitaalvereiste leidde tot onzekerheid. Het kapitaal heeft immers een klassiek tweeledig doel: het dient enerzijds te voorzien in voldoende vermogen opdat de vennootschap haar activiteiten kan verrichten, en anderzijds in voldoende financiële middelen om haar schuldeisers mee te betalen.

Om hieraan tegemoet te komen, introduceerde de wetgever twee waarborgen in de vorm van een netto-actieftest en liquiditeitstest. Alvorens de vennootschap een uitkering kan doen aan haar aandeelhouders, dient er aldus aan de hand van deze dubbele test te worden nagegaan of de activa kunnen worden uitgekeerd en tot welk maximumbedrag. Onder uitkering dienen alle mogelijke uitkeringen te worden begrepen (dividenden, tantièmes, inkoop van eigen aandelen…).

  1. De netto-actieftest

    Overeenkomstig artikel 5:141, eerste lid WVV, behoort de besluitvorming over de uitkering tot de bevoegdheid van de algemene vergadering.

    Op het ogenblik dat de algemene vergadering beslist om de winst uit te keren, dient zij na te gaan of het netto-actief als gevolg van de uitkering niet negatief wordt, dan wel daalt onder het bedrag van het onbeschikbare eigen vermogen.

  2. De liquiditeitstest

    Alvorens de effectieve winst dan kan worden uitgekeerd, is het overeenkomstig artikel 5:143 WVV aan de raad van bestuur om de liquiditeitstest uit te voeren.

    Aan de hand van deze test dient de raad van bestuur na te gaan of de vennootschap, rekening houdend met de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen over een periode van ten minste 12 maanden vanaf de datum van uitkering. 

    Zij dient daarbij oog te hebben voor de actuele situatie, alsook voor de gebeurtenissen die reeds bekend zijn en die in de toekomst mogelijkerwijs een invloed zullen hebben.

    Ten slotte dient de raad van bestuur haar bevindingen omtrent de liquiditeitstest neer te leggen in een bijzonder verslag. Hoewel dit niet voorgeschreven is op straffe van nietigheid doet zij er goed aan dit zo zorgvuldig mogelijk op te stellen om een mogelijke bestuursaansprakelijkheid te vermijden.
Dubbel aansprakelijkheidsregime

In navolging van het voorgaande, is het belangrijk om te vermelden dat er een dubbel aansprakelijkheidsregime van kracht is op de bestuurders enerzijds, en de aandeelhouders anderzijds, bij het verrichten van een onregelmatige uitkering.

Overeenkomstig artikel 5:144, eerste lid WVV kunnen de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld tegenover de vennootschap en derden, voor het niet voldoen aan de liquiditeitstest, indien zij wisten of dienden te weten dat de beslissing tot uitkering tot gevolg zou hebben dat de vennootschap kennelijk niet meer in staat zou zijn haar schulden te voldoen over een periode van ten minste 12 maanden vanaf de datum van de uitkering.

De sanctie voor de aandeelhouders, is dat zij overeenkomstig artikel 7:214 WVV ertoe gehouden kunnen zijn om de uitkering terug te betalen, indien dit tot gevolg zou hebben dat het netto-actief tot onder het wettelijke minimum is gedaald, en dit ongeacht of zij te goeder of te kwader trouw zijn.

Zeker in coronatijden zal de liquiditeitstest een verhoogde waakzaamheid vergen van het bestuur om de cashpositie van de vennootschap te bewaken. 

Een gewaarschuwd bestuurder en aandeelhouder zijn er aldus twee waard.

Indien u hierover bijkomende vragen heeft kan u steeds ons team van experten Kristiaan Caluwaerts, Noëmi Callaert of Sibel Angelov contacteren.