Schadevergoeding of verbrekingsvergoeding: een wereld van BTW-verschil.

Juridische inzichten
19/10/2026
4 min read
Banner
Back to overview

Een contractpartij komt haar verplichtingen niet na of beëindigt de overeenkomst vroegtijdig: vaak volgt dan een vergoeding. Maar is daar btw op verschuldigd? Dat hangt af van de aard van de vergoeding. Een correcte kwalificatie is essentieel, want een foute btw-behandeling kan voor beide partijen vervelende gevolgen hebben.

Schadevergoeding versus verbrekingsvergoeding

Een schadevergoeding is verschuldigd bij een wanprestatie, zoals wanbetaling of laattijdige oplevering, en wordt vaak forfaitair bepaald, bijvoorbeeld op 10% van het openstaande bedrag. Een verbrekingsvergoeding is verschuldigd wanneer een partij de overeenkomst vroegtijdig stopzet, bijvoorbeeld bij een leasing- of aannemingsovereenkomst, en bestaat meestal uit (een deel van) de nog te vervallen prijs of de volledige prijs.

Schadevergoeding: geen btw

Btw is verschuldigd op de levering van een goed of een dienst, door een belastingplichtige, onder bezwarende titel. Een schadevergoeding herstelt louter een geleden schade en is geen tegenprestatie voor een geleverde dienst. Ze valt daarom buiten de toepassing van de btw.

Verbrekingsvergoeding: in beginsel wel btw

Bij een verbrekingsvergoeding ligt dat anders. Volgens het Hof van Justitie bestaat de tegenwaarde van wat de klant betaalt in zijn recht om gebruik te maken van de dienst, ook als hij ervoor kiest dat recht niet uit te oefenen, door middel van een opzegging De vergoeding bij de verbreking blijft dus een tegenprestatie voor een dienst en is in beginsel onderworpen aan btw. Dat geldt ook wanneer slechts een deel van de prijs verschuldigd is.

Lange tijd leek het onderscheid eenvoudig. In de zaak Société thermale d’Eugénie-les-Bains (C-277/05, 2007) behield een hotel bij annulering een aanbetaling. Het Hof beschouwde die als een forfaitaire schadevergoeding zonder rechtstreeks verband met een geleverde dienst, en dus als niet-btw-plichtig.

Sinds 2015 beschouwt het Hof echter steeds meer vergoedingen bij vroegtijdige beëindiging als tegenprestatie voor een dienst. Het bouwde die redenering stap voor stap uit:

  • Air France-KLM en Hop!-Brit Air (C-250/14 en C-289/14, 2015): bedragen die een luchtvaartmaatschappij inhoudt voor tickets die niet werden gebruikt, zijn btw-plichtig. De klant had recht op de dienst, ook al maakte hij er geen gebruik van.

  • MEO (C-295/17, 2018): een telecomoperator rekende bij vroegtijdige beëindiging van een contract met een minimale looptijd een vooraf bepaald bedrag aan, gelijk aan de abonnementsgelden voor de resterende looptijd. Het Hof beschouwde dat bedrag als tegenprestatie voor een dienst, en dus als btw-plichtig.

  • Vodafone Portugal (C-43/19, 2020): het Hof bevestigde dat een verbrekingsvergoeding ook aan btw onderworpen kan zijn wanneer zij niet overeenstemt met de volledige resterende contractprijs. In deze zaak was de vergoeding contractueel bepaald. Het feit dat het bedrag lager kon zijn dan wat de dienstverlener bij normale uitvoering van de overeenkomst zou hebben ontvangen, verhinderde niet dat het als tegenprestatie voor een dienst en dus als btw-plichtig werd beschouwd.

  • RHTB (C-622/23, 2024): het Hof paste die lijn toe op een aannemingsovereenkomst voor een bouwproject. De opdrachtgever had de overeenkomst eenzijdig beëindigd en moest de overeengekomen prijs betalen, na aftrek van de kosten die de aannemer bespaarde. Volgens het Hof is dat geen forfaitaire schadevergoeding, maar een vergoeding voor een dienst, op voorwaarde dat de aannemer de werken had aangevat en bereid was ze te voltooien.

     

Dat betekent niet dat elke vergoeding bij contractbreuk btw-plichtig is: Eugénie-les-Bains is niet achterhaald. Het criterium blijft of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de dienst en het betaalde bedrag, ongeacht hoe de partijen de vergoeding noemen. Omdat het Hof dat verband steeds vaker aanneemt, is het onderscheid tussen een verbrekingsvergoeding en een schadevergoeding vandaag minder eenvoudig te maken dan vroeger.

Geen factuur voor een schadevergoeding

Een factuur legt een geldvordering schriftelijk vast die voortvloeit uit een overeenkomst: ze dekt wat u hebt verkocht of geleverd, dus goederen of diensten. Een schadevergoeding valt daar niet onder, want ze vergoedt een geleden nadeel en geen prestatie. Daarom bestaat er ook geen factuurplicht.

Niets verhindert u om een document op te stellen waarin u schadevergoeding eist. Juridisch is het dan geen echte factuur, maar een oneigenlijke: er staat geen prijs voor een levering of dienst op, maar een schadeclaim. Een debetnota met een duidelijke omschrijving is de zuiverste manier om de vordering te formaliseren.

Wat als u het niet correct doet?

Een foute kwalificatie is geen detail. De gevolgen hangen af van de fout die u maakt:

  • Btw ten onrechte aangerekend (bijvoorbeeld op een zuivere schadevergoeding): wanneer btw wordt vermeld op een factuur terwijl de vergoeding niet aan btw onderworpen is, zal de opsteller die btw toch aan de Staat betalen. Bij de afnemer kan de aftrek van die btw worden geweigerd.

  • Btw ten onrechte niet aangerekend (bijvoorbeeld op een verbrekingsvergoeding): wanneer een vergoeding volgens de btw-regels belastbaar is, blijft de verschuldigde btw in beginsel verschuldigd, ook als ze niet aan de klant werd aangerekend.

  • Boetes en interesten: onjuiste vermeldingen op facturen of niet-betaalde btw kunnen leiden tot regularisaties, administratieve boetes en nalatigheidsinteresten, bovenop de btw zelf.

Boekhoudkundige verwerking

Omdat een zuivere schadevergoeding buiten de btw valt, komt ze niet in de btw-aangifte terecht en bestaat er geen recht op btw-aftrek. Voor het overige volgt de verwerking het gewone resultatenregime, in het boekjaar waarin de schuldvordering ontstaat. Behoudens uitzonderingen wordt de schadevergoeding als volgt geboekt:

  • De ontvanger boekt een vordering en een opbrengst (diverse bedrijfsopbrengsten);

  • De betaler boekt een schuld en een kost (diverse bedrijfskosten).

Fiscaal is een betaalde schadevergoeding in de regel aftrekbaar als beroepskost en een ontvangen schadevergoeding belastbaar als beroepsinkomen.

Een btw-plichtige verbrekingsvergoeding wordt daarentegen gewoon gefactureerd met btw, zoals elke andere belaste dienst.

Conclusie

Of op een schade- of verbrekingsvergoeding btw verschuldigd is, hangt niet af van de naam die partijen eraan geven. Doorslaggevend is of de betaling louter een geleden schade vergoedt dan wel een voldoende rechtstreeks verband vertoont met een levering of dienst. Een zuivere schadevergoeding valt in beginsel buiten de werkingssfeer van de btw. Een vergoeding wegens vroegtijdige beëindiging van een overeenkomst kan daarentegen wel aan btw onderworpen zijn wanneer zij economisch de tegenprestatie vormt voor een contractuele prestatie of het recht daarop. Een correcte contractuele omschrijving en btw-behandeling zijn daarom essentieel. Zoals is gebleken, is het onderscheid niet eenvoudig te maken. 

Hebt u vragen over een concreet dossier? Neem gerust contact met ons op.

Stay informed!

If you wish to be kept up to date with the latest insights from Caluwaerts Uytterhoeven, please provide us with your details using the form below.