EPIS - controle onder de loep: Grondwettelijk Hof corrigeert enkele ongelijkheden in de kansspelwetgeving

Juridische inzichten
20/04/2026
5 min read
Blog
Terug naar het overzicht

Grondwettelijk Hof 16 april 2026, arrest nr. 45/2026

https://nl.const-court.be/public/n/2026/2026-045n.pdf 

Op 16 april 2026 sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over meerdere beroepen tot gedeeltelijke vernietiging van de wet van 7 mei 2024, die de kansspelwetgeving ingrijpend hervormde, in het bijzonder wat betreft het Excluded Persons Information System (EPIS).

Het arrest heeft belangrijke gevolgen voor exploitanten, vergunninghouders, drankgelegenheden, dagbladhandels en de Nationale Loterij.

 

De context van de zaak

De wet van 7 mei 2024 bracht ingrijpende wijzigingen aan in de Belgische kansspelwetgeving. Centraal stond de hervorming en uitbreiding van het Excluded Persons Information System (EPIS), het informatiesysteem dat toelaat na te gaan of een persoon onderworpen is aan een verbod op deelname aan bepaalde kansspelen.

Die wet beoogde onder meer:

  • een modernisering van EPIS in het licht van de GDPR
  • een uitbreiding van de verplichte voorafgaande controle, bijvoorbeeld ook naar dagbladhandels en renbanen
  • een versterking van de maatregelen inzake spelersbescherming.

De bestreden wet van 7 mei 2024 beoogt eveneens rekening te houden met de wet van 18 februari 2024. In laatstgenoemde wet waren nieuwe maatregelen genomen inzake spelersbescherming. Ook deze wet werd bestreden en leidde tot een arrest nr. 165/2025 van 18 februari 2024.

Verschillende kansspeloperatoren en vergunninghouders stelden beroep in tot gedeeltelijke vernietiging van de wet van 7 mei 2024.

Dit leidde tot arrest nr.45/2026 van 16 april 2026.

 

Structuur van het arrest en belangrijkste middelen

Samengevat diende het Grondwettelijk Hof zich uit te spreken over volgende zaken:

  • de grieven met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens (B.6.1 tot B.11.6)
  • het wettigheidsbeginsel in strafzaken (B.12.1 tot B.16)
  • de regeling die van toepassing is op bepaalde speloperatoren (B.17 tot B.39)
  • en tot slot de bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie (B.40 tot B.45)

De kern van het arrest ligt bij het derde luik, met name de toetsing aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

 

Bescherming van persoonsgegevens

Een eerste reeks middelen viseerde het recht op eerbiediging van het privéleven (artikel 22 Grondwet, artikel 8 EVRM) en de GDPR-conformiteit van EPIS en de bijhorende logbestanden.

Er werd door partijen aangekaart dat het feit dat de persoonsgegevens van de personen die vanwege hun beroep (magistraten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en politieagenten) een verbod op deelname aan bepaalde kansspelen hebben gekregen, op dezelfde EPIS-lijst worden bewaard als die van de personen die door de Kansspelcommissie zijn uitgesloten (bijvoorbeeld bij een gokverslaving). Het verschil is echter dan de eersten de toegang tot wedkantoren (inrichtingen klasse IV) niet wordt ontzegd en zij dus wel aan online weddenschappen mogen deelnemen.

Het Hof benadrukt dat de nadere technische regels van het EPIS - systeem bij KB moeten worden bepaald. Het staat dus niet aan het Hof, maar aan de gewone rechter of de Raad van State om na te gaan of de betrokkenen op basis van die nadere technische regels daadwerkelijk toegang hebben tot wedkantoren en weddenschappen kunnen aangaan. Het Hof wijst het middel dan ook af.

Ook bekritiseert verzoekende partij het feit dat de gegevens gedurende vijf jaar worden bewaard en dat ze verder kunnen worden verwerkt zonder enige beperking in de tijd.

Het Hof oordeelt dat dit redelijk verantwoord is ten aanzien van de doelstellingen van de verwerking, onder meer gelet op:

  • de noodzaak om (verslavings)gedrag over een langere periode te kunnen identificeren en analyseren
  • het beheren van de verzoeken tot (stopzetting van) uitsluiting
  • de controle of spelers die een kansspelverbod krijgen of worden uitgesloten van de kansspelen, zich daaraan houden en de vijfjarige termijn die geldt om overtreders in voorkomend geval een administratieve geldboete op te leggen

     

Wettigheidsbeginsel in strafzaken

Verschillende verzoekende partijen betoogden dat bepaalde verplichtingen en sancties onvoldoende duidelijk en voorzienbaar zouden zijn, onder meer omdat de administratieve geldboetes een repressief karakter hebben en de strafbaarstellingen gedeeltelijk voortbouwen op uitvoeringsbesluiten.

Het Hof volgt die redenering niet en oordeelt dat deze grieven geen betrekking hebben op een nieuwigheid van de wet van 7 mei 2024. Het Hof oordeelt dat de Wet van 7 mei 2024 de bestreden artikelen helemaal niet wijzigt noch kan uit de wil van de wetgever worden afgeleid dat men zich de inhoud van vroegere bepalingen heeft willen toe-eigenen. Dit middel wordt afgewezen.

 

De regeling van toepassing op bepaalde speloperatoren

De Nationale Loterij

De verzoekende partijen bekritiseren het feit dat de door de Nationale Loterij aangeboden spelen niet aan de verplichting inzake EPIS - controle noch aan de leeftijdsgrens van 21 jaar moeten voldoen.

Het oordeelt dat online loterijspelen vergelijkbare risico's kunnen inhouden als andere online kansspelen en dat het daarom discriminerend is dat zij niet aan de EPIS-controle worden onderworpen en evenmin aan de minimumleeftijd van 21 jaar.

De wetgever krijgt de opdracht om deze ongelijkheid uiterlijk op 31 december 2026 weg te werken.

Voor offline loterijspelen aanvaardt het Hof het onderscheid wel, gelet op het lagere risico op verslaving dat deze spelen met zich zouden meebrengen en het gegeven dat deze bepalingen geen onevenredige gevolgen hebben voor de exploitanten van kansspelen.

Drankgelegenheden

Het Hof stelt vast dat en acht dat het redelijk verantwoord is dat wedkantoren, dagbladhandels en renbanen wél onderworpen zijn aan de EPIS-controle, gelet op het doel van de wetgever om kwetsbare spelers te beschermen.

Het Hof acht het echter niet redelijk verantwoord dat deze verplichting niet geldt voor drankgelegenheden (inrichtingen klasse III). Ook deze omgeving zou volgens het Hof specifieke risico's van gokverslaving met zich meebrengen, te meer wegens de verkoop en consumptie van alcoholische dranken ter plekke. Het Hof stelt ook dat het beperkte karakter van de inzetten of het nevenkarakter van het spel geen afdoende rechtvaardiging vormen aangezien dit ook kan gelden voor de dagbladhandels waarop EPIS wel van toepassing is.

Het Hof vernietigt de betrokken bepalingen in zoverre zij niet van toepassing zijn op de drankgelegenheden (inrichtingen klasse III).

Het Hof biedt de wetgever de kans om deze ongrondwettigheid te verhelpen tegen 31 december 2027 waarbij het Hof ook verwijst naar de noodzaak om de betrokken sector de gelegenheid te geven zich aan te passen aan de EPIS - vereisten.

 

Bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie 

Tot slot behandelt het Hof de grieven tegen de bijdrage die vergunninghouders verschuldigd zijn voor de werking van de Kansspelcommissie. 

Het Hof bevestigt dat:

  • de federale wetgever bevoegd is om dergelijke bijdragen op te leggen
  • de bijdrage een voldoende band vertoont met de geleverde dienst
  • en zij haar vergoedend karakter niet verliest, ook al worden middelen gedeeltelijk doorgestort naar de algemene staatsmiddelen.

Ook deze middelen worden ongegrond verklaard.

 

Conclusie

Het Grondwettelijk Hof vernietigt de bepalingen inzake de EPIS - controle (artikelen 14, 1° en 15 van de wet van 7 mei 2024) voor zover zij niet van toepassing zijn op drankgelegenheden (kansspelinrichingen klasse III). Het Hof handhaaft evenwel de gevolgen van deze bepalingen tot uiterlijk 31 december 2027, teneinde de wetgever en de betrokken sector de nodige aanpassingstijd te bieden.

Daarnaast stelt het Hof vast dat de regeling inzake de online loterijspelen van de Nationale Loterij ongrondwettig is en verplicht het de wetgever om deze ongelijkheid uiterlijk tegen 31 december 2026 te verhelpen. De overige beroepen worden verworpen. 

Voor de sector bevat dit arrest een dubbele boodschap.

Enerzijds creëert het arrest online een gelijker speelveld. Het Grondwettelijk Hof maakt duidelijk dat ook de Nationale Loterij, en in het bijzonder haar online loterijspelen, niet langer structureel buiten het EPIS - kader kunnen blijven. Vanuit het oogpunt van spelersbescherming én eerlijke concurrentie is dat een belangrijke correctie, die (slechts deels) tegemoetkomt aan een lang geuite kritiek binnen de sector.

Anderzijds betekent het arrest tegelijk een verdere harmonisering, maar ook verstrenging van het regelgevend kader, met name voor de drankgelegenheden (kansspelinrichtingen klasse III). De uitbreiding van de EPIS - verplichtingen naar deze inrichtingen zal onvermijdelijk gepaard gaan met extra administratieve, technische en organisatorische lasten. Het beperkte karakter van de inzetten, het feit dat het bezoek aan de inrichting niet hoofdzakelijk wordt gemotiveerd door de kansspelen of het feit dat niet al deze inrichtingen zelfs maar over een internetverbinding beschikken, waren voor het Hof geen doorslaggevende argumenten die opwegen tegen het hogere doel van een coherente en effectieve bescherming van kwetsbare spelers.

Gerelateerde vakdomeinen

Bekijk alle vakdomeinen

Blijf op de hoogte!

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste inzichten van Caluwaerts Uytterhoeven, bezorg ons dan uw gegevens via het formulier hieronder.