Blijf op de hoogte!
Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste inzichten van Caluwaerts Uytterhoeven, bezorg ons dan uw gegevens via het formulier hieronder.
Op 9 september 2026 publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor een nieuwe verordening inzake overheidsopdrachten en concessies, de zogenaamde Public Procurement Act.
Het voorstel beoogt de drie Europese richtlijnen uit 2014 inzake klassieke overheidsopdrachten, inzake overheidsopdrachten in de nutssectoren en inzake concessies in te trekken en te vervangen door één rechtstreeks toepasselijke Europese verordening.
Daarmee wordt een ingrijpende hervorming van het Europese overheidsopdrachtenrecht voorgesteld, meer dan tien jaar na de laatste hervorming van het regelgevende kader. Het belang daarvan is aanzienlijk. Overheidsopdrachten vertegenwoordigen immers ongeveer 15% van het bbp van de Europese Unie en vormen daarmee een belangrijk beleidsinstrument voor de Europese Commissie.
De officiële tekst van het voorstel, de bijlagen en de bijhorende impactdocumenten zijn beschikbaar via de publicatiepagina van de Europese Commissie. U kunt het voorstel eveneens terugvinden via volgende link: https://single-market-economy.ec.europa.eu/publications/proposal-regula…
Hieronder bespreken wij de belangrijkste elementen van het voorstel.
Een van de meest opvallende elementen van het voorstel is de keuze voor een verordening in plaats van een richtlijn.
De Commissie stelt voor om de drie huidige richtlijnen te vervangen door één rechtstreeks toepasselijk regelgevend kader:
· Richtlijn 2014/24/EU inzake klassieke overheidsopdrachten;
· Richtlijn 2014/25/EU inzake overheidsopdrachten in de nutssectoren;
· Richtlijn 2014/23/EU inzake concessies.
Een verordening hoeft, anders dan een richtlijn, niet eerst in nationaal recht te worden omgezet. Indien het voorstel wordt aangenomen, zou daardoor in de 27 lidstaten in beginsel een uniform en rechtstreeks toepasselijk Europees regelgevingskader gelden.
Volgens de Commissie moet deze aanpak onder meer leiden tot een vereenvoudiging van het regelgevend kader en het verkleinen van verschillen tussen de lidstaten als gevolg van nationale omzetting.
Voor opdrachten die buiten het toepassingsgebied van de Europese verordening vallen, behouden de lidstaten evenwel ruimte om eigen nationale regels vast te stellen.
De voorgestelde verordening zou van toepassing zijn op overheidsopdrachten en concessies waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger ligt dan de daarin vastgestelde Europese drempelbedragen.
De ontwerptekst herneemt de huidige drempels:
· 5.404.000 EUR voor werken en concessies;
· 140.000 EUR voor leveringen en diensten van centrale overheidsinstanties;
· 216.000 EUR voor leveringen en diensten van subcentrale aanbestedende overheden;
· 432.000 EUR voor opdrachten in de nutssectoren.
· 750.000 EUR voor sociale, gezondheids- en onderwijsdiensten
Deze bedragen kunnen tijdens het verdere wetgevingsproces nog wijzigen en zullen bovendien periodiek worden herzien.
Een belangrijke inhoudelijke wijziging is de introductie van het beginsel van best quality for public money. Overheidsopdrachten zouden volgens de Commissie niet langer uitsluitend moeten worden beoordeeld vanuit het oogpunt van prijs en economische efficiëntie. Zij moeten eveneens bijdragen aan bredere Europese beleidsdoelstellingen.
De Commissie stelt vast dat opdrachten vandaag nog te vaak uitsluitend op basis van prijs worden gegund en dat sociale, ecologische en innovatieve criteria onvoldoende worden benut. Het voorstel wil daarin verandering brengen. De beste prijs-kwaliteitverhouding wordt daarbij de standaardmethode voor de gunning van opdrachten. Kwaliteitscriteria moeten in beginsel minstens 30% van de totaalscore vertegenwoordigen. Voor arbeidsintensieve opdrachten wordt een minimumgewicht van 50% voorgesteld. Aanbestedende overheden kunnen hiervan afwijken, maar moeten dan toelichten hoe de vereiste kwaliteit op een andere manier wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld via technische specificaties of minimale kwaliteitseisen.
Bij de beoordeling van de kwaliteit kan onder meer rekening worden gehouden met milieu- en klimaatdoelstellingen, sociale overwegingen, innovatie, veiligheid, bevoorradingszekerheid en Europese voorkeur.
Ook de aanbestedingsprocedures worden in het voorstel grondig hertekend. De Public Procurement Act voorziet in verschillende procedures, waarbij vooral wordt ingezet op meer flexibiliteit, digitalisering en ruimte voor dialoog met de markt.
De open procedure:
De open procedure blijft de meest toegankelijke aanbestedingsvorm. Elke geïnteresseerde onderneming kan een offerte indienen nadat de aanbestedende overheid haar behoeften openbaar heeft bekendgemaakt.
Nieuw is dat de overheid vooraf kan aangeven of zij al dan niet wenst te onderhandelen. Indien geen onderhandelingen worden voorzien, kan de opdracht rechtstreeks worden gegund op basis van de eerste offertes. Kiest de overheid wel voor onderhandelingen, dan worden de geselecteerde inschrijvers uitgenodigd om hun voorstel verder te verfijnen alvorens een definitieve offerte in te dienen.
De opdracht wordt uiteindelijk toegekend aan de inschrijver die de beste prijs-kwaliteitsverhouding aanbiedt.
De dynamische procedure:
Het voorstel introduceert daarnaast een verder uitgewerkte dynamische procedure. Deze procedure kan worden gebruikt voor terugkerende aankopen en blijft gedurende de volledige looptijd openstaan voor nieuwe ondernemingen.
Ondernemingen kunnen op elk moment toetreden door hun profiel via het elektronische geschiktheidssysteem ter beschikking te stellen. Wanneer vervolgens een concrete opdracht wordt geplaatst, kunnen de deelnemende ondernemingen hun interesse kenbaar maken en worden zij uitgenodigd om een offerte in te dienen, al dan niet gevolgd door onderhandelingen.
De innovatieprocedure:
Deze procedure is bedoeld voor situaties waarin bestaande oplossingen ontoereikend zijn en de overheid op zoek is naar innovatieve antwoorden op maatschappelijke uitdagingen.
De procedure verloopt in verschillende fasen. Eerst wordt de maatschappelijke uitdaging omschreven en worden beoordelingscriteria vastgelegd. Vervolgens dienen ondernemingen innovatieve voorstellen in, die worden geselecteerd op basis van hun innovatiepotentieel, haalbaarheid en schaalbaarheid.
Daarna volgt een test- en validatiefase waarin de voorgestelde oplossingen in de praktijk worden geëvalueerd. Pas wanneer een oplossing voldoende meerwaarde bewijst, start een onderhandelingsfase die kan leiden tot de gunning van een overheidsopdracht.
Het voorstel geeft aanbestedende overheden meer mogelijkheden om milieu-, sociale en innovatiecriteria gedurende de volledige aanbestedingsprocedure te integreren. Voorwaarde blijft daarbij dat deze criteria verband houden met het voorwerp van de opdracht.
Daarnaast introduceert de Commissie een kader voor Europese voorkeur. Onder bepaalde voorwaarden zouden aanbestedende overheden de deelname kunnen beperken of voordelen kunnen toekennen aan ondernemingen, goederen en diensten uit de Europese Unie of uit landen waarmee de EU een gedekte markttoegang heeft. Ook strategische veiligheid krijgt een prominentere plaats.
De Commissie wil daarnaast werk maken van een geïntegreerd digitaal ecosysteem voor overheidsopdrachten. Daarbij wordt ingezet op interoperabele e-procurementplatformen en op digitale controle van onder meer uitsluitingsgronden en selectiecriteria.
Voor de uitvoering van overheidsopdrachten voor werken met een geraamde waarde van minstens 25 miljoen euro zou het gebruik van Building Information Modelling of BIM in beginsel verplicht worden. Het voorstel voorziet echter wel in uitzonderingen wanneer de verplichting een onevenredige belasting of een veiligheidsrisico zou veroorzaken.
De voorgestelde Public Procurement Act kan een fundamentele hervorming van het Europese aanbestedingsrecht betekenen. Het voorstel combineert een vereenvoudiging en verdere harmonisering van de regelgeving met meer flexibiliteit in de procedures. Tegelijkertijd krijgen kwaliteit, duurzaamheid, innovatie, digitalisering en Europese strategische belangen een duidelijk prominentere plaats.
Het is evenwel belangrijk te benadrukken dat het voorstel zich nog maar aan het begin van het Europese wetgevingsproces bevindt. De tekst moet nog worden behandeld en goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad. De voorgestelde bepalingen kunnen tijdens dat proces bijgevolg nog aanzienlijk wijzigen.
Tot die tijd blijven de huidige Europese richtlijnen en de nationale regelgeving van toepassing. Niettemin is het voor zowel aanbestedende overheden als ondernemingen aangewezen om de verdere ontwikkelingen nauwlettend op te volgen. Gelet op de omvang van de voorgestelde hervorming kan een tijdige voorbereiding immers van groot belang zijn.
Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste inzichten van Caluwaerts Uytterhoeven, bezorg ons dan uw gegevens via het formulier hieronder.