Het Hof van Cassatie bevestigt beperkingen op uitvoering in natura in het kader van plechtige contracten: "Vonnis geldt als titel, ceci n'est pas un contrat solennel."

Juridische inzichten
05/03/2026
4 min read
Blog
Terug naar het overzicht

De mythe van de plaatsvervangende akte

De praktijk van wederzijdse aankoop- en verkoopbeloften blijft een bron van hardnekkige discussies binnen het verbintenissenrecht, vooral wanneer één van de partijen weigert haar contractuele medewerking te verlenen aan het verlijden van de authentieke akte. Wat op het eerste gezicht lijkt op een klassiek geval van toerekenbare wanprestatie—waarbij de schuldeiser in beginsel uitvoering in natura kan vorderen—blijkt bij nader inzien een juridisch mijnenveld te zijn, zeker wanneer de partijen bewust hebben gekozen voor een plechtig contract. 

Met zijn arrest van 5 december 2025 (C.24.0156.F) 2025 heeft het Hof van Cassatie deze problematiek opnieuw op scherp gesteld. Het Hof boog zich immers over de vraag of een rechter zijn beslissing in de plaats kan stellen van een authentieke akte wanneer een partij weigert mee te werken aan de ondertekening ervan. 

Dit arrest creëert verduidelijking, maar legt tegelijk de spanningen opnieuw bloot op het vlak van rechtszekerheid en rechtsbescherming in kader van wederzijdse aankoop-en verkoopbeloften.

In de betrokken zaak hadden de partijen een wederzijdse aankoop- en verkoopbelofte met betrekking tot een onroerend goed gesloten, waarbij zij uitdrukkelijk bepaalden dat de verkoop, in afwijking van het gemeen verbintenissenrecht, pas tot stand zou komen op het ogenblik van het verlijden van de authentieke akte, zodat de beoogde verkoop het karakter van een plechtig contract kreeg dat niet door loutere wilsovereenstemming maar pas door de formele tussenkomst van de notaris ontstaat. 

Toen de verkoper nadien weigerde om over te gaan tot het verlijden van de authentieke akte, bevond de koper zich in de situatie dat de contractuele medewerkingsverbintenis niet werd nageleefd en dat, precies om die reden, geen koop tot stand kon komen; de koper vorderde daarop uitvoering in natura van de uit de wederzijdse belofte voortvloeiende verbintenis tot ondertekening van de authentieke akte en vroeg, voor het geval van aanhoudende weigering, tevens dat het rechterlijk vonnis zou gelden als authentieke akte, met het oogmerk om ondanks de tegenwerking de rechtsgevolgen van de verkoop toch te laten intreden.

Het hof van beroep te Bergen volgde die redenering en besliste dat, bij uitblijven van medewerking, zijn uitspraak in de plaats zou treden van de authentieke akte zodat de verkoop alsnog geacht werd tot stand te komen alsof de akte was verleden; de verkoper stelde evenwel cassatieberoep in met het argument dat het hof van beroep hiermee een door partijen overeengekomen constitutieve vormvereiste verving en dus een contract deed ontstaan dat volgens de eigen overeenkomst nog niet bestond.

Het Hof van Cassatie casseerde het bestreden arrest in zoverre het vonnis liet gelden als authentieke akte en herinnerde eraan dat, wanneer partijen bewust kiezen om een verkoop als plechtig contract te structureren, de authentieke akte een constitutieve voorwaarde is voor het ontstaan van de het contract; de rechter kan in dat geval niet door een rechterlijke beslissing de overeengekomen plechtigheid substitueren, omdat hij daarmee de bindende kracht van het contract miskent zoals gewaarborgd door artikel 1134 van het oud Burgerlijk Wetboek (artikel 5.69 van het Burgerlijk Wetboek), en met name het gedeelte van het bestreden arrest dat het vonnis in de plaats van de akte stelde werd om die reden verbroken.

Van rechtsprincipe naar praktijk: Een kritische blik op art. 5.236 van het Burgerlijk Wetboek in de wederzijdse aankoop-verkoopbelofte-praktijk

Dit arrest zet aan tot nadenken, omdat Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bij niet-nakoming in beginsel toelaat dat de schuldeiser uitvoering in natura vordert, nu artikel 5.234 van het Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk—via de schakelbepaling van artikel 5.84 van het Burgerlijk Wetboek—de schuldeiser het recht geeft de werkelijke uitvoering van de overeengekomen verbintenis te eisen, behoudens wanneer die uitvoering feitelijk onmogelijk is of een rechtsmisbruik zou uitmaken.

Wanneer een partij weigert een akte te ondertekenen, voorziet art. 5.236 van het Burgerlijk Wetboek zelfs in een volgende stap: de rechter kan een plaatsvervangende beslissing uitspreken die dezelfde rechtsgevolgen heeft als de ontbrekende akte.
Maar deze techniek heeft grenzen. 

Precies dat heeft Cassatie nu bevestigd: rechterlijke vervanging is niet mogelijk bij plechtige contracten, omdat de rechter dan zelf de constitutieve handeling zou verrichten die partijen uitdrukkelijk aan de notaris hebben voorbehouden en die volgens hun overeenkomst noodzakelijk is om de verkoop te doen ontstaan. 

Bij een wederzijdse aankoop- en verkoopbelofte heeft de authentieke akte precies die functie: vóór het verlijden bestaat er nog geen verkoop, maar enkel de verbintenis om later aan de ondertekening mee te werken. Zou de rechter in die fase zijn vonnis in de plaats van de authentieke akte stellen, dan zou hij de overeengekomen vormvereiste vervangen en dus zelf de verkoop tot stand brengen, wat rechtstreeks ingaat tegen de partij wil. 

Een dergelijke rechterlijke substitutie miskent dan ook de bindende kracht van de overeenkomst, zoals verankerd in artikel 5.69 van het Burgerlijk Wetboek.

Dat verschilt duidelijk van het compromis, waar de koop al tot stand komt bij ondertekening. Daar heeft de authentieke akte geen constitutieve, maar enkel een formele en tegenstelbare functie, zodat de rechter wél een vonnis in de plaats kan stellen zonder een nieuw contract te creëren.

Conclusie

Kortom, gedwongen uitvoering van de verkoop via rechterlijke vervanging—zoals voorzien in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek —biedt geen uitweg wanneer bij een wederzijdse aankoop- en verkoopbelofte de medewerking aan het verlijden van de authentieke akte wordt geweigerd, ook al hebben partijen zich bij het sluiten van die belofte contractueel tot medewerking verbonden. 

Deze vaststelling stelt de rechtszekerheid hierdoor evenwel op de proef en kan aanleiding geven tot onduidelijkheid in de rechtsbescherming. Dit ontbreken van mogelijke afdwingbaarheid en substitutiemogelijkheid mag evenwel niet betekenen dat partijen weerloos staan tegenover weigerachtige medewerking: Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek reikt contractuele waarborgen aan die, mits zorgvuldig en precies geformuleerd, de rechtspositie van de schuldeiser substantieel kunnen versterken.

In het bijzonder vergt dit dat de voorwaarden en modaliteiten van contractuele sancties—zoals ontbindende clausules en schadebedingen—fijnmazig worden ontworpen, opdat de schuldeiser bij wanprestatie niet met lege handen achterblijft en opdat interpretatiegeschillen bij de toepassing van het beding worden geminimaliseerd.


Wenst u te laten toetsen of de redactie van uw wederzijdse aankoop- en verkoopbelofte nog wel geschikt is voor uw dossier en of het contract afdoende contractuele waarborgen - waaronder passende schade- en ontbindende bedingen - bevat om de positie van de benadeelde partij doeltreffend te beschermen, neem dan gerust contact met ons op via info@legaloffice.be.

Blijf op de hoogte!

Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste inzichten van Caluwaerts Uytterhoeven, bezorg ons dan uw gegevens via het formulier hieronder.